Profiel van Jerry Babbar

 

Zakenman in juwelen & parels

Universiteitsdiploma

Leeftijd: 55 jaar

Audiofiel van geboorte

 

Er gaat een zweem van droefheid door dit huis omdat Jerry onlangs zijn vrouw verloren heeft en langzaam door het rouwproces gaat. Zolang dit rouwproces duurt zal het stof blijven vallen en zal muziek op de plaats komen in zijn gedachten.

 

Jerry heeft een passie voor live optredens en verwacht dezelfde reproductie binnen een zekere limiet., maar wil niettemin dichte benadering van de opnames bij hem thuis.

Hij vindt dat muziek emotioneel levendig moet zijn en dat de zoektocht naar perfektie van de artiest door de opnamen moet schijnen. 

 

Jerry’s verhaal

 

“De liefde voor audio begon met de aankoop van een BW 801 & Crown vermogensversterkers. Het plezier was echter van korte duur omdat ik vond dat het geluid dood was. De combinatie leek op het in slaap gebracht worden door een chirurg voor een operatie. De volgende versterker was een Mark Levinson. Deze versterker was gebouwd als een Rolls Royce en de specifikaties gingen dezelfde kant op. Geen specifikaties wat het maximum vermogen betreft, en, naar analogie, hoeveel vermogen heeft een Rolls? Het antwoord is "genoeg natuurlijk".”

 

Toen kwamen de electrostatische quad luidsprekers. Ik voelde dat dit een grote stap in de juiste richting was, meer lucht, meer vrijheid in het geluid, dunne bassen maar dat stoorde me niet. Het is zo'n beetje als bij Bach: hij begint een thema, en plots stoppen de instrumenten maar in ons hoofd volgen we het thema nog steeds. Ik denk dat hetzelfde geldt voor bassen, zelfs als de lage tonen niet zo laag zijn kunnen we in ons hoofd de lage tonen volgen en ze ons voorstellen. Zelfs als ze niet heel duidelijk aanwezig zijn.

Het probleem met dingen die gemaakt zijn in het Verenigd Koninkrijk is, dat je een onderhoudsafdeling nodig hebt om ze werkende te houden. Net hetzelfde als bij een Porsche die geen ziel heeft zoals een goede oude Triumph of een MG of een Alfa.

 

Toendertijd maakte een plaatselijke Antwerpse zelfbouwer furore in alle plaatselijke HiFi winkels, en ik viel voor een luidspreker van dit Antwerps bedrijf . Dit plezier was echter ook van korte duur. een goede soundstage en een goede balans, maar de harmonie was ver te zoeken.

Later, op een high end handelsbeurs, luisterde ik naar grote Magnepan planar luidsprekers met Jadis buizenversterkers. Het was de eerste keer dat ik een buizenversterker hoorde, en ik werd onmiddelijk verliefd op de kombinatie. Tot dan was ik nog nooit zo opgewonden geweest, en ik dacht: we komen heel dichtbij.

 

Mijn zoektocht naar buizenversterkers leidde me naar Verdier. Ik denk dat de hele lijn van Verdiers versterkers hier zijn. Ik mag de man wel en zijn versterkers zijn hun geld waard. En financiëel gezien zijn ze zeker binnen ieders bereik. Er is geen streven naar schoonheid verloren gegaan in hun ontwerpen, en dat spreekt me wel aan.

 

Dat toonde voor mij aan dat er niet veel vermogen nodig was voor uitmuntende kwaliteit en met hoge efficientie luidsprekers was nog een stap voorwaarts mogelijk. Dit leidde tot het idee van een een Watt versterker.

 

Deze laatste stap van vereenvoudiging was tevens ook de laatste stap voorwaarts. Met de laag vermogen versterkers die ik nu bezat had ik ook behoefte aan passende luidsprekers. Omdat Lowthers overal vermeld worden ging ik luisteren en viel voor de Audiovector die gemaakt worden door een Duitse houtbewerker en beroemd Lowther specialist.

Hij gebruikt de PM4 luidsprekers en de opstelling is extreem muzikaal. Ik probeerde de andere Lowther units EX  & DX maar geen enkele heeft de muzikaliteit van de PM4.

 

Via een van mijn leveranciers van kabels vernam ik het bestaan van Sound Practises en Lowther en kleine vermogen buizenversterkers, en met de hulp van Verdier begon ik langzaam zelf te bouwen.

Het eerste wat ik bouwde was een voorversterker die in een artikel van Sound Practises verschenen was. Het was een eenvoudige zelfbouw 76 type voorversterker. Ik had al veel voorversterkers in mijn bezit gehad, zoals Audio Notes en Jadis en Graaf  & Nagra, maar sinds ik het plezier van zelfbouwen ontdekte deed ik de gelofte om nooit meer een versterker te kopen. De performantie van de zelfbouwer is muzikaal gezien onberispelijk en hij heeft versterking zat. Van al mijn voorversterkers is de Graaf de meest open. Een zekere helderheid is inherent aan zijn mooi ontwerp en, je raad het nooit, er worden 2C51 buizen in gebruikt. Helaas, bij de Graaf 13. 5B is de buis vervangen door een 6DJ8 en die komt helemaal niet in de buurt van de 2C51 versie.

De Audio Note heeft het voordeel dat er slechts een buis per kanaal wordt gebruikt, maar mist de charme van de Graaf. De populariteit van de E88CC buis is onvoorstelbaar. Hij wordt in veel voorversterkers gebruikt maar toch is die buis niet overtuigend.

 

Gaandeweg had ik enkele OTL Graaf vermogenversterkers, enkele Audio Note geïntegreerde versterkers, alsook enkele Wavac vermogenversterkers, en niet in het minst een Nagra voorversterker en de PP 845 vermogenversterker gekocht. Hier even een kleine anekdote: Benny had kritiek op het geluid van de Nagra voorversterker. We verwijderden deze, en tot mijn verrassing moest ik vaststellen: Nagra eruit, en de muziek was terug. Ik had twee exemplaren, eentje heb ik verkocht en de andere wacht nog op een koper. Iemand geïnteresseerd? (bij voorkeur iemand met een Nagra 845PP als combinatie).

 

Een foto van de spelende set in zijn werkkamer

 

Mijn eerste luisterzone is de woonkamer, die is ook de grootste kamer van het huis. Ik kocht enkele Spendor SP100 luidsprekers met SEAS units en Scan Speak tweeters omdat dit vermaarde referentie monitoren zijn in studio's. Ik wou namelijk hetzelfde horen als de artiesten en geluidstechnici.

Ik vind ze heel aangenaam om naar te luisteren en ze zijn kwa toon correct. Ik gebruik ze in het bijzonder voor de grotere orkestrale werken, zoals de negende van beethoven, of Brückner of Mahler. Dit zijn gigantische orkesten, en om een idee te hebben wat er gebeurt moet je bij voorkeur systemen gebruiken die je de indruk geven live aanwezig te zijn. In dat opzicht zondigen de Lowthers een beetje, vandaar de krachtigere versterkers voor dit luistergebied. Ik voel aan dat ze heel goed zijn, de belangrijke zaken komen erdoor en de minder belangrijke worden afgerond.

 

Foto van de hoofdset in de woonkamer

 

 

Benny was erg teleurgestelt in hun performantie maar blij dat hij de Lowther kon horen.

De set is een Mosfet versterker van Gamut die ik nog niet gekocht heb, maar dat is slechts een formaliteit. Deze versterker zou ook in staat moeten zijn om mijn Magnepans te sturen.”

 

Foto van een alternatieve set in de woonkamer

 

 

Zijn favoriete stukken muziek (en hij heeft er vele, maar ik forceerde hem om zich te beperken) bestaan uit het volledige werk van Bach, in het bijzonder de stukken met solo instrumenten. Momenteel luistert hij naar Brückner, gedirigeert door Celibidache, en hij houdt van de analogie die deze man had op een opname (hij deed er neit veel).

 

“Zoals tijdens een wandeling in de Alpen baden zijn ogen in mooie landschappen, in de zuiverheid van de natuur, en hij weet dat het waar is wat hij ziet en een plaat is zoals het weerzien van een paar van die beelden die beschrijven wat je gezien hebt. Ze zijn niet helemaal hetzelfde en natuurlijk niet zo goed, maar Jerry zegt dat, in zijn hoofd, hij tonnen brieven geschreven heeft aan de man wiens erfenis en live uitvoeringen hij bewonderd. Hij voegt er aan toe dat het nog altijd beter is om een beeld en een verhaal te hebben dan slechts een verhaal zonder beeld omdat het beeld zichtbaar is voor iedereen. Zelfs al is dat niet in dezelfde grootheid van het origineel.

 

Dus, de weergave op plaat van een optreden is nog altijd een tot de zinnen sprekende manier van het herbeleven van de ballade door de berg. Dit echter zonder het ontstuimige origineel en oogverblindende schoonheid. 

 

We treden de luisterruimte binnen die speciaal voor geluid (goede akoestiek) gebouwd is met veel stopkontakten. Hier luistert hij naar kamermuziek en enkele quartet en jazz stukken via zijn referentie luidsprekers (de Audiovector met de Lowther PM4). Deze zijn voor hem onvervangbaar als ze goed opgesteld zijn.

 

Klassiek georienteerd is dit zijn hoogstandje van technologie. Achteraan staan de Jadis vermogenversterkers en Graaf OTL. Merk op dat dez kamer gebouwd is voor high end luisteren en overeenkomstig van vorm is met vele strategisch geplaatste stopcontacten.

 

In het midden staat een mooie Audio Note PSE 300B Toen ik hem ernaar vroeg zei hij: “je moet er voorzichtig mee zijn. Ik ga geen commentaar geven op de Engelse zijde want mijn ervaringen met hen zijn niet zo positief, maar de Japanse kant heeft mooie dingen gemaakt. Zij kozen voor het exotische en zijn er in geslaagd. Hun verkoopsfilosofie is dat zij enkel uiterst rijke klanten willen die duur materiaal kunnen veroorloven. Het is niet noodzakelijk om zo'n product te bezitten om naar muziek te luisteren.” daarop antwoorde ik: “er zijn mensen die zoveel geld hebben maar niet weten wat ermee doen, dus kopen ze links en rechts wat schilderijen van een paar miljoen en een buizenversterker van 100000 US$ en beschouwen dat als een investering.”

Jerry antwoordde daarop: “Ja, daar valt iets voor te zeggen. Jouw Outerlimit is tenminste eerlijk, er zit eerlijk werk in en is niet overprijst..”

 

Foto van de algemene luisterruimte

 

 

De Audio Note zijn momenteel uitgerust met Vaic AVVT buizen, en daarnaast zijn referentie 1 Watt versterkers die hij samen met Mr Verdier ontworpen en gemaakt heeft rond de beroemde WE437a of iTT 3A/167m buis. Daarachter de 845 SE Verdier versterkers en een WAVAC die de achterste uitrusting completeert. Vooraan staan 2 Verdier platenspelers met schijven van 16 kg omdat het gewicht de geluidsstabiliteit bevorderd, en een ingenieus idee om een magneet terugslag systeem te gebruiken om de dender en het gwicht op de kogellager te beperken. Dit systeem kan afgeregeld worden tot 100 gram belasting op de centrale kogellager. Elke platenspeler is uitgerust met twee armen: een standaard SME arm en een SME koolstof arm, beide 12 inch lang. Momenteel staat er een Audio Note voorversterker tussen, en onder elke platenspeler Jadis voor-voorversterkers als voorkeur op de WAVAC voor-voorversterker met de ECC88 buizen. Het grappige aan de Jadis voor-voor-versterker is dat deze uitstekend klinkt en dat er zes EF86 buizen per kanaal gebruikt worden, in triode geschakeld! Dan gaat het signaal naar een Audio Note M7 voorversterker en dan naar een 1Watt Verdier versterker.

 

Foto van de 1 Watt versterker

 

 

Mijn oog viel ook op een erg zeldzame SME top platenspelervan onschatbare waarde, en ik vroeg hem waarom deze niet aangesloten is.

“Ze zijn van dezelfde klasse, maar de Verdiers zijn 10x goedkoper en beter!”

 

 

Foto van de Verdier La platine

 

 

 

“Hoe zit het met goedkopere platenspelers?” Veel goedkope platenspelers zijn wel goed maar ze voegen allemaal iets toe. De Verdier voegt niets toe, en zo moet het. Voordien had ik ook een Linn die vrij goed is en een boel midrange heeft, een Garrard en een Thorens maar in mijn jeugd had ik een Toshiba en daaraan heb ik veel plezier beleefd.”

 

“En wat denk je van het veranderen van de kabels in de arm?” Dat kan je doen, maar zoals SME ze verkoopt zijn ze perfekt voor mij. Ik heb ook de Graham geprobeerd en die is ook heel goed.“

 

Wat naald pick up systemen betreft heeft hij een analogie.

“In de ketting van de muzikale reproductie zijn er twee producten, een in het begin en een aan het einde: de spoel en de luidspreker. Beiden zijn een kwestie van smaak. Versterkers, kabels, enz... moeten een job doen en blijven neutraal, maar luidsprekers en opneemelementen hebben elk hun eigen geluidssignatuur. Er zijn gewone dingen gemaakt geweest voor de radio industrie, zoals de Denon DL103 en de Ortofon SPU. Zij hebben niet de franjes van de betere elementen (waarvan beweerd wordt dat die tot 50 kHz gaan) maar zijn eerlijk in hun performantie. Die is ongeëvenaard naar mijn mening  

 

Het leuke aan zo'n opstelling is dat hij vier armen ter beschikking heeft en dus 4 elementen tegelijk kan testen. Momenteel zijn een Ortofon SPU, Denon DL103, Shure VX15 en Dynavector old Ruby Cantilever. gemonteerd

 

Zijn voorkeur gaat uit naar de SPU & de Denon, en volgens hem is daar een heel eenvoudige reden voor.

In de jaren 50’s en 60’s hadden de grote radiostations behoefte aan referenties, en de meeste daarvan waren feitelijk de SPU en DL103, en daarom hebben deze een eenvoudige maar uitstekende opbouw. Zijn positie en instelling lieten hem toe om veel verschillende elementen te proberen, namelijk die van de Japans fabrikant ‘Koetsu’. In het begin maakten zij extreem solide elementen, die hij ook wel goed vond, totdat het commerciële aspekt het bedrijf dwong om superdure, super gesofistikeerde elementen te maken met Onyxbehuizing, daarna houten behuizing, en de resultaten waren inderdaad slechter. Hij bezit ook veel Allaert elementen, maar die staan allemaal te koop.

 

Kabels. De reis door de jungle van kabels was nogal een omvangrijke uitdaging, en Jerry ging er volledig voor. Wat men hem aanraadde kocht en probeerde hij, en zijn conclusie vandaag is dat een kabel moet verdwijnen. Daarom is een zilverkabel niet goed, je kan die altijd horen. Hij voegt een helderheid met een licht nasaal geluid toe waar je niet vanaf raakt. Na de eerste opwinding blijf je met een flatterend beeld zitten, en na een tijdje realiseer je je dat dit niet natuurlijk is. Ik kan ze echt niet aanbevelen.

 

Vandaag de dag, nadat Kimber en andere merken de revue gepasseerd zijn, blijft hij bij Nord Ost gooedkoopste interlink (Solar Wind)

 

Connectoren. Na de grote en omvangrijke WBT en andere zwaargewichten, gaat zijn voorkeur uit naar een lichtere connector die makkelijk te solderen en zonder franjes is.

 

Als luidsprekerkabel eenvoudige koperkabel (pre-aged, dus mono kristal) met veel dunne draadjes. Deze oxideren niet zo makkelijk.

 

Zijn platencollectie is indrukwekkend, en je vraagt je af hoe je elke dag nog buiten kan komen.

Hij bezit ook veel Wadia CD spelers. Hij houd van ze, alhoewel hij er zich van bewust is dat er waarschijnlijk betere en goedkopere bestaan. Ze zijn sterk high end gericht, en hij gelooft dat jitter reducering de sleutel is voor een goede speler. Ik vroeg hem naar SACD:

 

“ Weet je, in de vroege jaren 80 vertelde men ons dat dit nieuwe medium CD vinyl volledig van de kaart zou vegen, maar daar zijn we duidelijk nog een hele stap van verwijderd. Platen verslijten en verliezen hun kwaliteiten na vele malen spelen, en platenmaatschappijen begonnen 80 gram vinyl te maken. Dan gebruikten ze dezelfde matrix voor 5000 platen in plaats van de voorziene 1000, en nu ze met de SACD/DVD afkomen zullen ze een beter verhaal moeten hebben. Dus, nu beweren ze we heel dicht bij vinyl zitten!”

 

Er bestaat nog altijd weinig deftige software, en veel studio's zijn niet echt uitgerust om goede opnamen te maken met de nieuwe media. Er is echter potentieel aanwezig om er te geraken. Momenteel is vinyl reproductie muzikaal superieur aan alles wat ik tot hiertoe heb gehoord. SACD is beter dan CD, dat is zeker maar goed gemaakt vinyl is onovertrefbaar. Het is alleen jammer dat het zijn kwaliteit over de jaren verliest. Desondanks zal een goed gemaakte CD opname met goede buizenmicrofoons en eenvoudige opnametechnieken buitengewone resultaten geven. Al bij al hou ik wel van CD, maar je hebt maar een CD op de duizend die zo goed is als een goede vinylplaat!!!”

 

De audioreis leert me dat je nieuwsgierig moet blijven en je niet mag vastpinnen op een bepaald idee. Het beluisteren van de systemen van andere mensen en het bezoeken van high end beurzen leerde hem dat groter meestal niet beter betekend, maar dat eenvoudiger meestal beter is. Verlangend wacht hij op nieuwe dingen die hij kan doen, omdat hij ook een mooie werkplaats heeft.

 

Jerry heeft nu meer buizen in zijn bezit dan de gemiddelde buizenhandelaar. Zie foto.

 

Hij heeft een verzamling van WE300B’s, Krone 300B’s & 2A3, AVVT 300B’s & 2A3, RCA 2A3 en vele anderen (845 cetron & RCA)

 

Foto van een deel van zijn buizenvoorraad

 

 

Jerry gebruikt zijn buizentester om buizen te selekteren en te matchen. De buizentester is het type Clio van Audiomatica. Op zijn werktafel staat de beste Weller soldeerbout, een Hitachi oscilloscoop en een digitale frequentiegenerator en vele Fluke multimeters, voor het geval dat.

 

Een laatste woordje van Jerry over high end en waarom specifikaties niet ter zake doen:

 

“Beeldt je in dat je in een bar zit en er loopt een mooie vrouw voorbij. Niemand die zal rechtstaan om haar maten te nemen om te zien of ze in aanmerking komt om model te worden (tenzij ze ziek zijn). We zullen slechts een emotie voelen als we haar zien. We willen zo lang mogelijk een gevoel van geluk, we hebben geen metingen nodig om gelukkig te zijn!”

 

En nu de nieuwe eeuw begonnen is heeft Jerry de behoefte om terug naar de basis te gaan. Hij laat momenteel zijn grote Magnepans opknappen, en hij verwacht veel van de nieuwe Mosfet versterker die hij gekocht heeft. Hij gaat de reis opnieuw beginnen, maar ditmaal met zijn ervaring om hem te gidsen.

 

Is het niet leuk om zo'n goede luistercondities te hebben?

 

Bedank voor de rondleiding, Jerry.

 

Copyright Benny Glass 2004
                                                  Heeft u vragen? Wilt u meer informatie? Mail ons: sales@diyparadiso.com